Adviseur moet regels inboedelverzekering tijdens verhuizing communiceren

Een inboedelverzekering is eigenlijk voor iedereen die in het bezit is van kostbare goederen onontbeerlijk. Natuurlijk, in principe kan iemand de afweging maken dat hij of zij de maandelijkse premie niet op vindt wegen tegen het gegeven verzekerd te zijn tegen schade. Maar laten we eerlijk zijn: mocht er iets misgaan dan zijn de kosten (wanneer er geen inboedelverzekering is die de boel dekt) vaak enorm hoog. Geen wonder dus dat de inboedelverzekering een populaire verzekering is. Maar wat nu als iemand verzekerd is en de verzekeraar wanneer het erop aankomt weigert uit te keren? Kan op zo’n moment de adviseur die de klant heeft geïnformeerd tijdens het afsluiten van de inboedelverzekering worden aangesproken? In sommige gevallen wel. Een verzekeringsadviseur heeft namelijk een de plicht om een klant van tevoren te wijzen op clausules in het contract. De befaamde kleine lettertjes.

Kifid komt consument te hulp

Dat een adviseur (hij of zij is immers de expert) de plicht heeft een klant op de juiste wijze te informeren is een geruststelling voor consumenten die een inboedelverzekering afsluiten. Wat dat betreft deed de geschillencommissie van Kifid (Klachteninstituut Financiële Dienstverlening) onlangs een uitspraak die voor veel consumenten een mooi steuntje in de rug is. Een adviseur die een klant niet voldoende op de hoogte had gesteld van bepaalde voorwaarden in de inboedelverzekering werd door de geschillencommissie op de vingers getikt.

De dekking en de ‘leegstandsclausule’

In het geval van de uitspraak van het Kifid ging het om de zogenaamde leegstandsclausule. Een consument had een inboedelverzekering afgesloten. Tot zo ver niets aan de hand. Maar wat was het geval? Terwijl hij zijn nieuwe woning aan het verbouwen was had hij alvast wat eigendommen in het ‘bouwproject’ opgeslagen. Onder andere een fotocamera. De een of andere crimineel besloot dat de camera een interessant object was om te stelen en zo geschiedde. Logischerwijs maakte de consument bij zijn verzekeraar aanspraak op de dekking van zijn inboedelverzekering, maar daar ging het vervolgens mis. De inboedelverzekeraar weigerde uit te keren. De verzekeraar beriep zich op de zogenaamde ‘leegstandsclausule. In het nieuwe huis (dat verbouwd werd) woonde namelijk al langer dan een half jaar niemand. Op zich niet vreemd: het was namelijk een soort bouwplaats. Bij de meeste inboedelverzekeringen is het echter zo dat gedurende de periode van een verhuizing de verzekering slechts maximaal 180 dagen op twee adressen mag lopen. Die termijn was in dit geval overschreden. Dat stond ook in de voorwaarden dus de consument leek gewoon pech te hebben.

Adviseur moet adviseren

De consument in kwestie was het met de redenatie niet eens en diende bij het Kifid een klacht in. De uitspraak was tamelijk verrassend. De inboedelverzekeraar stond met de leegstandsclausule in zijn recht; daar was dus verder niets te halen. Het Kifid oordeelde echter dat de adviseur die de consument over de inboedelverzekering had geadviseerd steken had laten vallen. Hij had de consument die de verzekering afsloot namelijk niet over de leegstandclausule verteld. Dat had hij wel moeten doen. Het gevolg: de verzekeringsadviseur moet de schade nu zelf aan de consument vergoeden.