Besparing leidt tot afstoten aanvullende zorgverzekering

Besparing leidt tot afstoten aanvullende zorgverzekeringVeel Nederlandse consumenten voelden de economische crisis de afgelopen jaren stevig in hun portemonnee. Nu de ergste jaren achter ons lijken te liggen komen de cijfers naar buiten van de manier waarop de consument hier mee om ging. Het Centraal Bureau voor de Statistiek kwam recentelijk met een aantal cijfers naar buiten die hier wat meer licht op werpen. Opvallend hierbij is dat er in 2013 (het jaar waarover de recent gepubliceerde cijfers gaan) behoorlijk bezuinigd werd op de aanvullende zorgverzekering. Vooral in de groep van mensen met het laagste inkomen was het aantal mensen dat bezuinigde op de aanvullende zorgverzekering groot.

Gevolg: een minder hoge zorgpremie

De reden om te bezuinigen op de aanvullende zorgverzekering ligt uiteraard voor de hand: het terugdringen van de maandelijkse vaste lasten. Dat dit ook daadwerkelijk die uitkomst had blijkt dankzij de cijfers van het CBS nu ook vast te staan. Nederlandse huishoudens waren in 2013 gemiddeld 215 euro per maand kwijt aan de kosten voor de zorgpremie. Dit bedrag is ongeveer vier procent lager dan wat er in 20123 nog aan de ziektekostenverzekering werd uitgegeven. Hoewel dit percentage een gemiddelde is blijkt dat een daling voorkwam bij elke inkomensgroep en bij elk type huishouden.

Aantal consumenten met een aanvullende verzekering

Hoewel het aantal mensen met een aanvullende verzekering in 2013 daalde ten opzichte van 2012 is nog steeds een groot gedeelte van de consumenten in het bezit van een polis met een aanvullende verzekering. In 2012 gold voor 88 procent van de Nederlandse huishoudens dat er sprake was van een aanvullende verzekering. In 2013 slonk dit percentage tot 83 procent. In concrete aantallen betekent dit dat het aantal huishoudens zonder aanvullende verzekering toenam met 350.000.

Alleenstaanden en lage inkomens vaak niet aanvullend verzekerd

Er was wel een duidelijk verschil waarneembaar tussen de verschillende groepen die onderzocht werden. Vooral leeftijd in combinatie met burgerlijke staat, en de hoogte van het inkomen bleken een doorslaggevende factor voor de mate waarin bezuinigd werd op de aanvullende zorgverzekering. De grootste daling was te zien bij de groep met het laagste en op één na laagste inkomen. In deze twee groepen is überhaupt al een vrij grote groep die het zonder een aanvullende verzekering stelt als we kijken naar de totale populatie. Voor wat leeftijd betreft valt op dat alleenstaande ouderen meestal aanvullend verzekerd zijn terwijl alleenstaanden onder de 65 juist relatief vaak geen gebruik maken van een aanvullende verzekering.