Zorgverzekeraars: graaiers of niet?

Zorgverzekeraars: graaiers of niet?Laten we eerlijk zijn, zorgverzekeraars staan in Nederland bekend als grote ondernemingen die geld oppotten, en ondertussen de premies consequent omhoog blijven schroeven. Het beeld dat er bestaat is dat de (grote) zorgverzekeraars vooral bezig zijn met het belonen van hun managers door het uitkeren van exorbitante bonussen, terwijl de klanten van de zorgverzekeraar er voor zorgen dat het geld waaruit deze bonussen worden gefinancierd op de rekening van de verzekeringsmaatschappij belandt. Nu is het natuurlijk zo dat grote verzekeringsmaatschappijen zich, evenals banken, de laatste tijd niet echt van hun beste kans hebben laten zien, en enige argwaan van het publiek is dan ook zeker gerechtvaardigd wanneer de zorgpremie wederom stijgt. De vraag is echter: is die scepsis terecht. En wat doen verzekeringsmaatschappijen daadwerkelijk met het geld dat binnenkomt?

Grote zorgverzekeraars gebruiken winst om premies lager te houden

Hoewel de premies elk jaar weer stijgen heeft dit niet altijd te maken met de wens van zorgverzekeraars om veel winst te maken. De belangrijkste oorzaak dat de premies stijgen heeft vooral te maken met het toenemen van de zorgkosten, bijvoorbeeld door de vergrijzing die er de oorzaak van is dat mensen meer en langer zorg nodig hebben. Als het zou kloppen dat de zorgverzekeraars hun winst alleen maar zouden oppotten zouden de premies juist nog verder stijgen dan nu al het geval is. Uit onderzoek van het Financieel Dagblad blijkt namelijk dat Achmea, Menzis, CZ en VGZ van de circa 2,6 miljard euro winst die er in 2012 en 2013 door hen gemaakt is een groot gedeelte (2,3 miljard euro) gebruiken om de premies niet extreem te laten stijgen. CZ en Menzis gebruiken hiervoor zelfs meer geld dan het bedrag aan winst dat ze in de afgelopen periode hebben gemaakt. Om dit voor elkaar te krijgen wordt er een gedeelte van de opgebouwde buffers gebruikt.

Kritiek op de hoogte van de buffers

Dat veel verzekeringsmaatschappijen een slechte naam hebben ondanks het feit dat ze er nu voor kiezen om een groot gedeelte van hun winst te gebruiken voor premieverlaging heeft alles te maken met het recente verleden waarin verzekeringsmaatschappijen vaak buffers aanhielden die vele malen groter waren dan werd geëist door de toezichthouder. Een voorbeeld hiervan is verzekeraar DSW die drie keer zoveel reserves heeft als door De Nederlandsche Bank verplicht is gesteld. Zulke grote buffers zijn onnodig en zorgen er vrijwel altijd voor dat de consument minder vertrouwen krijgt in een verzekeringsmaatschappij die op deze manier handelt. Het vermoeden bestaat dan ook dat de maatschappijen die hun winst niet langer oppotten dit inmiddels begrepen hebben.